Tim Hamilton Russell, grondlegger van wijnhuis Hamilton Russell, koos in tegenstelling tot de meeste producenten in de nieuwe wereld voor terroir. In de relatief koele Walker Bay, drie kilometer van de Atlantische Oceaan, wilde hij variëteiten verbouwen die excellente wijnen konden leveren waarin je ook de specifieke herkomst herkent. Hij selecteerde twee druivenrassen waarvan hij verwachtte dat ze in de koele Walker Bay topkwaliteit zouden leveren. Iets wat lijnrecht tegenover de keuze van de meeste andere nieuw-wijnwereld-producenten staat. Zijn Chardonnay en Pinot Noir zijn inmiddels wereldberoemd. Zo ook deze chardonnay die steeds de hoogste scores haalt in de internationale wijnpers.
Zijn zoon Anthony nam in 1991 het bedrijf over en besteedde veel aandacht aan bodemonderzoek. Uiteindelijke werd 52 hectare grond met een kleirijke bodem met schist, leisteen, kalk en veel stenen het beste bevonden. De aanplant van chardonnay en pinot noir werd dan ook beperkt tot land met dit bodemtype. Door de kleine opbrengsten, hoge kwaliteit en wereldwijde vraag zijn deze wijnen altijd zeer beperkt verkrijgbaar.
De chardonnay is voor meer dan negentig procent vergist op een grote selectie eikenhouten vaten uit Frankrijk. Daarnaast gisten kleine delen op roestvrijstaal en de laatste jaren zelf op aardewerk amphoren. In de smaak vind je peer- en limoenfruit terug. De wijn komt natuurlijk en zuiver over. Een wijn die goed oudert en na enkele jaren een karakteristieke hazelnootcomplexiteit geeft. Kortom, een elegante wijn met een Bourgondische persoonlijkheid.

